AOV eigen beroep of passende arbeid: wat je moet weten
Uitleg AOV eigen beroep en passende arbeid vergelijking.
Op deze pagina
Wat bedoelt men met eigen beroep en passende arbeid?
Bij een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) wordt beoordeeld welk werk je door je klachten nog kunt doen. Daarbij bestaan in de praktijk twee belangrijke denkrichtingen: het eigen beroep en passende arbeid.
Met eigen beroep wordt meestal bedoeld: het werk dat je feitelijk uitoefende toen je uitviel (of het beroep waarin je beroepsmatig actief was). Het uitgangspunt is dus sterk gekoppeld aan jouw eigen functie, ervaring en gebruikelijke werkzaamheden.
Met passende arbeid wordt bedoeld: werk dat je, gelet op je beperkingen, redelijkerwijs nog kunt doen, ook als dat niet exact hetzelfde is als je oude functie. Het gaat dan om arbeid die qua inhoud, niveau of omstandigheden aansluit bij wat je nog aankunt.
Belangrijke nuance: hoe precies deze begrippen worden uitgewerkt, kan afhankelijk zijn van de manier waarop jouw verzekering de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling inricht. Zonder polisdetails kun je daarom niet altijd exact voorspellen welke toets in jouw situatie wordt gebruikt.
Hoe wordt de keuze voor eigen beroep of passende arbeid praktisch toegepast?
De beoordeling verloopt in grote lijnen via hetzelfde denkproces: men gaat eerst na welke beperkingen je hebt (door ziekte of gebrek) en bepaalt vervolgens welke arbeid daarmee nog mogelijk is.
Daarna ontstaat het verschil:
- Eigen beroep-route: men richt de blik primair op jouw eigen functie en de vraag of je dat specifieke werk nog kunt uitvoeren.
- Passende-arbeid-route: men richt de blik op ander werk dat past bij je beperkingen, ook als dat werk afwijkt van je eigen beroep.
Een nuttige manier om dit te begrijpen is als twee soorten vergelijkingen:
- Bij eigen beroep wordt vooral vergeleken: kan ik mijn eigen werkzaamheden nog doen, met mijn beperkingen?
- Bij passende arbeid wordt vooral vergeleken: welk werk is nog passend, en wat is daarin realistisch gezien mogelijk?
In beide gevallen geldt dat de beperkingen centraal staan. Als jouw beperkingen breed zijn of als ze precies raken aan de kern van je werk, wordt het lastiger om nog arbeid te vinden die “passend” is of om je eigen functie geheel te kunnen blijven doen.
Overeenkomsten en verschillen: wat levert het op bij de uitkomst?
Overeenkomsten
Bij beide invalshoeken draait het om dezelfde kernvragen:
- Welke beperkingen zijn er medisch onderbouwd?
- Welke werkzaamheden vallen daarmee nog te rijmen?
- Wat betekent dat voor de mate waarin je werk nog kunt verrichten?
Verschillen
Het verschil zit vooral in de reikwijdte van de mogelijkheden:
- Eigen beroep is beperkter: het blijft dicht bij jouw eigen werkzaamheden. Daardoor kan de beoordeling relatief “streng” uitvallen als jouw oude functie specifieke taken bevat die je niet meer kunt.
- Passende arbeid is breder: er kan meer ruimte zijn om mogelijkheden te zoeken in ander werk. Dat betekent niet automatisch dat het gunstiger is; als je beperkingen veel verschillende functies uitsluiten, blijft er mogelijk weinig passend werk over.
Beperkingen en uitzonderingen
Een belangrijk aandachtspunt is dat de uitkomst kan veranderen als in jouw situatie de beoordeling niet (alleen) naar eigen beroep kijkt maar ook naar ander werk. Ook kan de beoordeling beïnvloed worden door praktische factoren zoals:
- het niveau van opleiding/ervaring dat bij “passend” werk wordt betrokken;
- de mate waarin functies vergelijkbaar zijn met jouw mogelijkheden;
- de manier waarop “werkzaamheden” en “functies” worden vertaald naar concrete mogelijkheden.
Omdat deze invulling per verzekering en per beoordelingskader kan verschillen, is het verstandig om jouw polisvoorwaarden en de gehanteerde beoordelingssystematiek als leidraad te gebruiken.
Controlepunten om dit zelfstandig te plaatsen in jouw AOV-situatie
Je kunt het onderwerp zonder advies benaderen met een checklist die zich richt op feiten en toetsbare vragen.
- Welke invalshoek staat in jouw beoordeling centraal? Lees in de polisvoorwaarden welke rol “eigen beroep” en/of “passende arbeid” speelt.
- Wat is jouw eigen beroep in de zin van de beoordeling? Noteer je feitelijke werkzaamheden, taakinhoud en het soort werk dat je deed rond het moment van uitval.
- Welke beperkingen zijn relevant? Verzamel de kernbeperkingen die in medische zin aan het werk worden gekoppeld: wat kun je wel, wat kun je niet, en onder welke omstandigheden.
- Wat betekent “passend” in jouw geval? Denk na over werk dat qua werkzaamheden en omstandigheden aansluit bij je beperkingen (zonder vooruit te lopen op uitkomsten).
- Vergelijk de uitkomstlogica: bepaal of het vooral draait om kun je je eigen functie nog doen? of eerder om kan je nog ander passend werk doen? Dat inzicht helpt je om te begrijpen waarom beoordelingen kunnen uitpakken zoals ze doen.
Als je wilt verdiepen, kun je ook kijken naar algemene uitleg over de verschillende begrippen die bij AOV-beoordelingen worden gebruikt.